Opleidingsplan

Algemeen

SK Meldert is een familiale club waarbij de speler centraal staat. Niet de ouder, de trainer of het bestuur.
Voetbal is een wedstrijdvorm in een ‘open spelsituatie’. Het leerproces van een speler wordt zoveel mogelijk via wedstrijdvormen of tussenvormen worden ontwikkeld.
De trainingsvormen evolueren van eenvoudig naar complex.
Veelvuldige herhaling van de vaardigheden in verschillende situaties zal leiden naar een completere voetballer.

Basisvaardigheden (techniek) waaraan bij elke leeftijd aandacht wordt besteed:

  • Balcontrole (rollende bal, botsende bal, hoge bal).
  • Leiden van de bal: buitenkant(/wreef) van beide voeten.
  • Dribbelen (kappen, bal heffen, wegdraaien, nooit naar verdediger draaien, …)
  • Passing

‘Niet-oefenmomenten’ worden tot minimum beperkt. Spelers trainen 2u tot 2u30 per week. Elke minuut dat de spelers niets doen (niet oefenen), is verlies:

  • Speler speelt bijna de hele training voetbal
  • Speler komt vaak aan de bal
  • Speler krijgt veel scoringskansen
  • Wordt aangemoedigd door zijn coach

Vanaf U8 streven we naar een gerichte opbouw vertrekkende van bij de doelman.
Trainer formuleert zijn coaching in die mate dat deze verstaanbaar is voor de speler.
FUN: veel ‘leuke’ leermomenten aanbieden: van spelplezier over trainingsplezier naar competieplezier. Spelers komen naar wedstrijden en trainingen om ‘voetbal te spelen’.
Zonevoetbal in balbezit en balverlies. Een collectief positiespel om de tegenstander te beheersen in de zone:

  • B+: eigen speelruimte vergroten, aanspeelbaar maken en bewegen zonder bal, zwakke zone tegenstander opzoeken, juiste passkeuze naar speler die vrij loopt of in de rug duikt, efficiënte bezetting voor doel, moment van balverlies voorzien, omschakeling naar B-.
  • B-: onmiddellijke balverovering, pressing door speler dichtst bij de bal, hoog defensief compact blok, beperkte onderlinge afstanden, kantelen en schuiven, strikte dekking voor eigen doel, afsluiten van directe speelhoeken, efficiënte bezetting voor eigen doel.

Spelers worden geëvalueerd op basis van doelstellingen bij aanvang van het seizoen, tijdens het seizoen (winterstop) en op het einde van het seizoen.

Kindertuin (U5) & U6: 2 – 2

Basisvaardigheden

1e fase
Kennismaking met de bal, algemene lichaams- en balvaardigheden, oog-hand coördinatie & oog-voet coördinatie (werpen, vangen en trappen).
2e fase
B+: Controle verwerven over de bal: balgewenning met de voet: leiden, dribbelen en trappen met beide voeten. Wedstrijdvormen 1-1 & 2-2, doelpogingen ondernemen.
B-: Bal leren afnemen en het scoren beletten. Eventuele angst van duel leren overwinnen.

Fysiek

Uithouding: niet efficiënt lopen, veel nutteloos energieverlies, snel vermoeid maar ook snelle recuperatie.
Snelheid: zo veel mogelijk stimuleren in spelvormen. Estafette met en zonder bal.
Coördinatie: weinig lichaams- en ruimteperceptie.
Spelvormen gericht op coördinatie, leren bewegen

Mentaal – Sociaal

Vlug afgeleid, op zichzelf gericht, spontaan, korte concentratie.
Nadruk leggen op plezier & fun van het samenspel en scoren.

U7: 3 – 3

Balvaardigheden

B+
Bal leiden en dribbelen (met buitenkant van beide voeten.
Balcontrole steeds met binnenkant van beide voeten.
Korte passing met binnenkant van beide voeten.
Trap op doel: binnenkant/wreef, NIET met tenen.
Durven dribbelen, kappen links & rechts, binnen- & buitenkant voet.
B-
Verdedigen: snel druk zetten op speler met bal, duel aangaan.
Opstelling tussen tegenstander en doel.

Ploegtactiek

B+
Offensieve driehoek.
Aanspeelbaar maken, zich vrij lopen.
Opdrijven met bal naar de vrij ruimte of dribbel aangaan.
Doelkansen creëren en zo snel mogelijk afwerken.
B-
Defensieve driehoek
Druk op tegenstander met bal.
Duel aangaan.
Verdedigende opstelling tussen tegenstander (met bal) en doel.
Doelpoging afblokken.

Fysiek

Kracht: training in duelvormen.
Lenigheid: grote lenigheid van beginjaren niet verliezen.
Uithouding: omvang van training en wedstrijd voldoet.
Snelheid: spelvormen op start- & reactiesnelheid, looptechniek speels integreren (loopscholing).
Coördinatie: verder werken aan ruimte- en lichaamsperceptie, oog-hand- & oog-voetcoördinatie.

Mentaal – Sociaal

Concentratie op spel bij B+ en B- stimuleren. Steeds deelnemen aan het spel.
Spelers leren deel uit te maken van een team.
Fair-play.

U8 & U9: 5 – 5

Basisvaardigheden

B+
Bal leiden en dribbelen (met buitenkant van beide voeten).
Bal controleren (met binnenkant van beide voeten) en ingedraaid staan (U: Aanvang controle van botsende bal).
Korte passing met binnenkant van beide voeten.
Doelpogingen ondernemen (binnenkant voet en wreeftrap).
Vrijlopen: aanspeelbaar zijn door vrije ruimte op te zoeken.
B-
Leren verdedigen 1-1: druk op de bal zetten, duel aangaan, remmend wijken, niet happen.
Opstelling tussen tegenspeler en doel.
Korte dekking op tegenstander in de zone.

Ploegtactiek

B+
Ploeg maakt grote ruit.
Openen: breed en/of diep (naar de ruimte).
Opdrijven met bal naar de ruimte of tegenstander uitschakelen.
Doelkansen creëren en zo snel mogelijk afwerken bij doelkans.
Keeper laten mee voetballen.
Samenspel stimuleren.
Integreren van omschakeling naar B+
B-
Ploeg maakt kleine ruit.
Druk op tegenstander met bal.
Duel aangaan en dit winnen.
Doelpogingen afblokken.
Integreren van omschakeling naar B-

Fysiek

Kracht: training in duelvormen
Lenigheid: grote lenigheid van beginjaren niet verliezen.
Uithouding: omvang van training en wedstrijd voldoet.
Snelheid: spelvormen op start- & reactiesnelheid, looptechniek speels integreren (loopscholing)
Coördinatie: verder werken aan ruimte- en lichaamsperceptie, oog-hand- & oog-voetcoördinatie.

Mentaal – Sociaal

Concentratie op spel bij B+ en B- stimuleren. Steeds deelnemen aan het spel.
Spelers leren deel uit te maken van een team.
Fair-play.

U10 & U11: 8 – 8

Basisvaardigheden

B+
Van korte passing naar langere passing (15-20m), binnenkant/wreef.
Balcontrole van botsende en halfhoge bal en lange bal.
Leren spelen en kaatsen in één tijd.
Doelpogingen in één tijd en op voorzet.
Vrijlopen en aanspeelbaar maken.
Lopen in steun van ploeggenoot.
Corner en indirecte vrije trap.
B-
Verdedigingsprincipes 1-1: korte dekking, remmend wijken en tegenstander dwingen naar gewenste richting, druk zetten op tegenstander die met de rug naar je toe staat, …
Balinterceptie: passlijnen afschermen en inzien.
Corner en indirecte vrije trap.

Ploegtactiek

B+
Grote dubbele ruit (speelveld benutten).
Vrije ruimte opzoeken met en zonder bal.
Efficiënte balcirculatie: ruit 1  ruit 2, nauwkeurige pass, diagonale pass, passing 1ste graad.
Efficiënte infiltratie met bal.
Voorzet trappen (over de grond).
Meeschuivende doelman (hogere positie).
B-
Kleine dubbele ruit (speelveld verkleinen).
Druk op tegenstander met bal.
Juiste dekking op tegenstanders zonder bal.
Duel aangaan en winnen.
Passlijn afschermen, bal recupereren door interceptie.

Fysiek

Kracht: spelen met eigen lichaamsgewicht.
Lenigheid: neemt af dus stimuleren.
Uithouding: omvang van de training: stille momenten tot minimum beperken.
Snelheid: spelvormen op reactie- & startsnelheid, loopscholing en looptechniek.
Coördinatie: oog-hand & oog-voet, coördinatieoefeningen (loopscholing).

Mentaal – Sociaal

In teamverband een doel nastreven.
Kritisch tegenover eigen prestatie en die van anderen.
Zich meten met anderen.
Fair-play.

U12 & U13: 8 – 8

Basisvaardigheden

B+
Langere passing: binnenkant/wreef & balcontrole hiervan.
Balcontrole (binnenkant voet, dij) op botsende en halfhoge bal.
Doelpoging op verdere afstand (20m), gecontroleerde wreeftrap.
Goede balcontrole en direct doorspelen.
Spelen en kaatsen in één tijd.
Goede balcontrole onder druk van tegenstander.
Doelpoging op halfhoge voorzet.
Vrijlopen om zelf aanspeelbaar te zijn.
Lopen in steun van ploegmaat.
Corner en indirecte vrije trap.
B-
Verdedigingsprincipes 1-1: korte dekking, remmend wijken en tegenstander dwingen naar gewenste richting, druk zetten op tegenstander die met de rug naar je toe staat, …
Balinterceptie: passlijnen afschermen en inzien.
Corner en indirecte vrije trap.

Ploegtactiek

B+ & B- → B+
Speelveld benutten, ruimtes vergroten.
Driehoekspel: leren aanspeelbaar zijn, meerdere aanspeelpunten.
Ruimte creëren voor medespeler.
Efficiënte balcirculatie: zo snel mogelijk nauwkeurig doorspelen met juiste balsnelheid.
Passing 2de graad: lijn overslaan.
Vrije ruimte opzoeken: met bal, via pass, zonder bal.
Na pass terug aanspeelbaar maken (give&go).
Efficiënte bezetting voor doel door twee of drie spelers.
Meeschuivende doelman.
B- & B+ → B-
Speelveld verkleinen, ruimtes dichtlopen.
Na balverlies onmiddellijk druk zetten.
Efficiënt verdedigen bij voorzet.
Duel aangaan en belang van 2de bal te winnen.

Fysiek

Kracht: spelen met eigen lichaamsgewicht en duelvormen tussen homogene groepen.
Lenigheid: neemt af dus stimuleren.
Uithouding: omvang van de training: stille momenten tot minimum beperken. Recuperatie steeds met bal.
Snelheid: spelvormen op reactie- & startsnelheid, loopscholing en looptechniek.
Coördinatie: oog-hand & oog-voet, coördinatieoefeningen (loopscholing).

Mentaal – Sociaal

In teamverband een doel nastreven.
Kritisch tegenover eigen prestatie en die van anderen.
Zich meten met anderen.
Fair-play.

Didactische en methodische principes voor trainingen en wedstrijden

Trainingen

  • Trainingopbouw: Warming-up – Wedstrijdvorm 1 – Tussenvorm 1 – Wedstrijdvorm 2 – Tussenvorm 2 – Wedstrijdvorm 3 – Tussenvorm 3 – … – Cooling down.
    Minimaal 50% van de tijd bestaat uit wedstrijdvormen.
    Spelers zijn steeds in contact met de bal of hebben hun aandacht gericht naar de bal, geen oefeningen zonder bal.
    Instructiemomenten zijn kort en duidelijk. Spelers zo weinig mogelijk laten stilstaan en laten wachten (bv. oefeningen waarin ze moeten aanschuiven in een rij beperken tot een maximum van 2/3 spelers).
    Homogene groepen nastreven.
  • Thema’s die behandeld worden in spelvormen:
    • Op basis van doelstellingen (basisvaardigheden, ploegtactiek,…)
    • Werkpunten van individuele speler of ploeg als geheel.
  • Wet van de herhaling. Veel herhaling in training steken om zo doelstellingen te bereiken.
  • Vraaggerichte instructie. Spelers worden meer betrokken en zo controle op concentratie en kennis bij de spelers.
  • Aanwezigheden worden iedere training bijgehouden.

Wedstrijden

  • Voorbereiding kort en duidelijk.
  • Elke speler krijgt evenveel speelminuten, tijdens één wedstrijd of in een periode.
  • Elke speler heeft mogelijkheid om op elke positie te spelen, afhankelijk van tegenstander, zeker op lagere leeftijden.
  • Iedere speler speelt tijdens de wedstrijd minimaal 50% van de wedstrijdduur.
  • Positieve coaching en feedback. Speler steeds steunen en vertrouwen geven.
  • Keeper begint iedere spelhervatting op eigen speelhelft en speelt zoveel mogelijk mee.
  • Wisselspelers blijven actief bezig met de bal (pass, trap, jongleren, balnetje,…)
  • Geen nadruk op resultaat, eerder op doelstellingen.
  • Vervangingen en aantal speelminuten worden per wedstrijd genoteerd.